Onze financiële positie in 2025

De financiële positie van Pensioenfonds MSD is af te lezen aan de dekkingsgraad. De dekkingsgraad is de verhouding tussen het geld dat we bezitten (het vermogen) en het geld dat we nodig hebben om in de toekomst alle pensioenen te kunnen betalen (onze verplichtingen).

Lees verder

Het verloop van onze dekkingsgraad in 2025 zie je in deze grafiek:

Het belegd vermogen bleef stabiel op € 3,5 miljard. Dit is gelijk aan de stand aan het einde van 2024. Door positieve rendementen op aandelen steeg de waarde van de beleggingsportefeuille in 2025. Daartegenover zorgde de rentestijging in 2025 voor een daling van de vastrentende waarden in het belegd vermogen. Door de rentestijging daalden de pensioenverplichtingen in 2025 uiteindelijk. De dekkingsgraad (graadmeter voor de financiële positie) steeg van 145,0% naar 161,0%.

Er worden 3 verschillende dekkingsgraden berekend; deze worden in de grafiek getoond:

  • De dekkingsgraad op marktwaarde (DG-MW) wordt berekend op basis van de actuele, echte marktrente. Dit geeft het beste beeld van onze werkelijke financiële positie. Daarom gebruiken wij deze dekkingsgraad al sinds 2006 bij beslissingen over premievaststelling en toeslagverlening (beleidskader).

  • Daarnaast moet het pensioenfonds van toezichthouder DNB een dekkingsgraad berekenen met een door DNB voorgeschreven rente. Het gaat om een kunstmatige rekenrente met toepassing van de zogenoemde Ultimate Forward Rate (UFR). Deze DNB-dekkingsgraad (DG-DNB) wordt officieel gerapporteerd aan DNB. Vanaf 2023 is deze DG-DNB nagenoeg gelijk aan de DG-MW en is de DG-DNB daarom niet meer zichtbaar in de grafiek. Dit komt onder andere doordat DNB vanaf 2023 een andere methodiek gebruikt voor het vaststellen van de rekenrente.

  • Sinds 1 januari 2015 wordt daarnaast de beleidsdekkingsgraad aan DNB gerapporteerd. Dit is de gemiddelde DNB-dekkingsgraad over de laatste 12 maanden.

De marktwaardedekkingsgraad en de DNB-dekkingsgraad stegen in 2025 van 145,0% (eind 2024) naar 161,0%. Per saldo steeg de beleidsdekkingsgraad in 2025 van 146,9% naar 151,7%.

Geen tekort en impact bijstortingsregeling

DNB beoordeelt elk jaar of er sprake is van een tekort. Dat is als de beleidsdekkingsgraad lager is dan het strategisch vereist vermogen. Dit was eind 2025 120,3%. Daarmee heeft ons fonds (net als voorgaande jaren) geen tekort.

Zolang de werkgever en het pensioenfonds een bijstortingsregeling hebben afgesproken, kan er ook geen sprake zijn van een tekort dat gemeld moet worden bij DNB.

De bijstortingsregeling (ook wel garantieregeling genoemd) houdt namelijk in dat de werkgever extra geld in ons pensioenfonds stort als de beleidsdekkingsgraad lager is dan het vereist vermogen verhoogd met 5%-punt. De bijstortingsregeling is opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst tussen het fonds en de werkgever. Hierin is ook vastgelegd hoe de bijstorting wordt berekend.


Belang van de bijstortingsregeling: behoud sterke financiële positie van het fonds en daarmee zekerheid voor alle deelnemers.

De bijstortingsregeling biedt extra zekerheid voor de (oud-) deelnemers en pensioengerechtigden. Met deze regeling wordt de kans aanzienlijk verlaagd dat er in de toekomst gekort moet worden op de pensioenen vanwege verslechterde economische omstandigheden.

Looptijd bijstortingsregeling verlengd in verband met niet invaren

De bijstortingsregeling is op 1 januari 2025 met 3 jaar verlengd. De regeling loopt nu tot de overstap naar de nieuwe solidaire premieregeling op 1 januari 2028. Daarna blijft de regeling nog 5 jaar gelden voor pensioenen die tot 2028 zijn opgebouwd in de huidige pensioenregeling. Deze pensioenen blijven achter in een apart deel binnen het pensioenfonds (deel ‘oud’). Deze afspraak staat in het transitieplan van de sociale partners. De bijstortingsregeling geldt alleen voor pensioenen in dit oude deel. Voor de nieuwe premieregeling (nieuwe deel) is een bijstortingsgarantie volgens de wet niet mogelijk.